Hoe het allemaal begon

Eigenlijk kan ik me niet anders herinneren dan dat ik geïnteresseerd was in de nachtelijke hemel.

Altijd keek ik wel naar boven als ik ’s avonds buiten was. Als de sterren flonkerden ging mijn fantasie met mij aan de haal. Eén heldere ster (achteraf moet dat Sirius geweest zijn) flonkerde in alle kleuren van de regenboog en ik stelde mij er dan bij voor dat die zo zou kunnen ontploffen en ik bleef dan ook lang kijken om te zien of dat gebeurde.

Op de lagere school hield ik mijn spreekbeurt uiteraard over de sterren. Ik heb één van die spreekbeurten nog bewaard en als ik het nu terug lees is het gewoon tenenkrommend om te lezen wat ik allemaal fout had.

Bij een maansverduistering ( ik vermoed dat dit in januari 1982 moet zijn geweest, ik was toen 16) heb ik met mijn camera daar foto’s van gemaakt. Gewoon los uit de pols, wist ik veel. Het rolletje (jaja) heb ik toen naar een fotozaak gebracht om te laten ontwikkelen. Toen ik de foto’s weer op kwam halen vertelde de “fotomeneer” dat de foto’s helaas mislukt waren, hij had ze niet ontwikkelt want hij had op de negatieven al gezien dat er niets op stond en dat bespaarde mij geld. Ik heb er toen bij hem op aangedrongen om ze toch af te drukken (ik wist per slot dat ze inderdaad donker zouden zijn). Enige tijd later kon ik ze weer halen en ik was er heel blij mee want er was toch (net) te zien dat er een verduisterde maan op die zwarte achtergrond stond.

In 1989 publiceerde het tijdschrift Panorama foto’s die de beide Voyagers hadden teruggezonden naar de Aarde. Maar…. die Panaroma zat in de Leesmap. Dit was een map met tijdschriften als de Libelle, Margriet, Panorama, Story, Donald Duck en noem maar op. Daar hadden mijn ouders een abonnement op en elke week kreeg je een nieuwe map en moest je de oude weer inleveren. Dus mocht ik die foto’s van Saturnus, Jupiter en Uranus natuurlijk niet uit het tijdschrift knippen. Daarop ging ik met die Panaroma naar de bibliotheek waar een kopieermachine stond en heb ik die bewuste bladzijden gekopieerd (en ik heb ze nog steeds!).

Van 1995 tot 2001 liep de televisieshow Star Trek Voyager. Al had ik de vorige Star Trek series ook wel gezien, werd ik toch echt geraakt door de uitgestrektheid en vreemde objecten in het universum door deze serie. Ik droomde er van om zelf door die bijzondere wereld te kunnen reizen.

Dus…. kreeg ik in 2005 mijn eerste telescoop. Een merkloze 70-700 op een ontzettend wiebelig statief:

Met de bijgeleverde oculairen begon ik, in de achtertuin, hiermee te experimenteren.

Ik was (gelukkig) direct begonnen om mijn (hum, hum) waarnemingen op te schrijven in een notitieboekje. Let wel, ik wist nog niets van de hemelmechanica, telescopen of vergrotingen maar wist met mijn eerste waarneming in ieder geval te concluderen dat de Maan van oost naar zuid bewoog.

Maar ik had nog steeds geen enkele kennis van de sterrenhemel en behalve de Maan en enkele sterren kon ik verder naar niets kijken. Dit duurde tot mei 2007. Ik had gelezen dat op 22 mei om 22:25 uur Saturnus achter de Maan weg zou komen. Wij zaten toen op Terschelling en de telescoop was meegegaan. Dus heb ik, in volle spanning, de telescoop op de Maan gericht en geduldig gewacht tot Saturnus daadwerkelijk achter de Maan weg zou komen en ik hem dus met gemak zou kunnen vinden. En jawel! Daar was hij en goed zichtbaar in de telescoop met een vergroting van 175 keer zag ik daadwerkelijk een ring om het bolletje Saturnus. Voor het eerst in mijn leven zag ik iets, wat tenminste in mijn ogen, echt buitenaards was. Ik kon met mijn eigen ogen aanschouwen dat er een planeet was, die niet zomaar een bolletje was maar waar dus een ring omheen zat. Dat ogenblik vergeet je je hele leven niet meer!

En dat was het moment dat ik wist dat ik meer wilde. Meer wilde weten, meer wilde zien!

In 2009 werd ik lid van VWS Noord Drenthe en kocht ik mijn tweede telescoop. De befaamde Meade ETX 90. Ook toen was mijn kennis nog nihil en dacht dat zowel de opening alsook de brandpuntsafstand groter moest zijn dan mijn 70-700 en zo kwam ik dus op de 90-1250 Meade telescoop. Er zat ook goto op, maar ik vond dat zo’n gedoe dat ik de goto nauwelijks heb gebruikt.

Ik gebruikte hem dus handmatig en heb zo toch nog 31 Messiers weten te vinden. Ook gebruikte ik hem veel met een witlichtfilter voor zonswaarnemingen.

Door gebruik te maken van Wikipedia, de lezingen en de kennis van personen (lees Bob) van VWS en Carte de Ciel nam mijn kennis snel toe. Ook had ik nu geleerd dat ‘size does matter’ en dus kwam er de klassieke Skywatcher dobson 200-1200. Dit was echt het perfecte instrument voor mij. Gemakkelijk te bedienen en flink meer opening dan de 90 mm Meade. Met deze 20cm dob heb ik 62 Messiers gezien. Ook groeide mijn belangstelling voor de Zon en dan niet alleen in witlicht, ik wou onze ster ook in H-alpha kunnen bekijken. Dus de protuberansen. Mede VWS-lid Niels had een mooie 35mm Lunt te koop staan en wij konden al snel tot een overeenkomst komen.

De ETX ging nog steeds mee op de vakanties naar Terschelling en uiteraard wou ik daar ook graag meer opening hebben maar het moest ook nog steeds compact zijn. Zo kwam er een 13 cm Skywatcher Newton bij op een goto montering. Dit keer heel bewust voor goto gekozen omdat, als je dan toch op één van de donkerste plaatsen in Nederland bent én het is een keer helder, dan wil je ook zoveel mogelijk zien en de goto bespaard me dan de tijd die ik verlies met zoeken.

Maar nog steeds leed ik aan een vreselijke ziekte genaamd apperture fever, ofwel de behoefte aan een nog groter instrument. Dit keer zeer veel research gedaan en kwam ik uit op een 25 cm Orion dob met goto. Orion heeft een donkergrijze buis, wat me heel erg aansprak aangezien er in mijn tuin veel lichtvervuiling is en dat weerkaatste heerlijk op die witte Skywatcherbuis en ik moet eerlijk zeggen dat me dat geweldig stoorde. En nu ook met goto om bijvoorbeeld in het veld ook weer minder tijd te verliezen met zoeken, maar ik vond het ook een vereiste dat ik de dob handmatig zou kunnen bedienen én hij moest kunnen volgen en deze telescoop voldeed aan alle eisen. Manlief vond uiteindelijk (en terecht) dat het nu allemaal wel wat uit de hand liep met de telescopen en heb ik de 20 cm dob (die gelukkig in de vereniging bleef) en de ETX toen verkocht.

Ook de opening van de Lunt hield mij bezig dus uiteindelijk ook deze verkocht (deze bleef ook binnen de vereniging) en een 80 mm Lunt ervoor in de plaats gekocht.

Nu ben ik klaar met mijn instrumentarium en zeer tevreden, blij en gelukkig met wat ik heb (en groter dan 25 cm gaat echt niet want dat is voor mij niet meer te tillen, helaas 😉 )

Leren en lezen doe ik nog steeds erg veel maar helaas is het waarnemen op een lager pitje komen te staan. Dat heeft meerdere oorzaken maar de belangrijkste is dat mijn tuin erg lichtvervuild is en hoewel me dat in de eerste jaren niet zo opviel en niet zo stoorde, zinkt mij nu al de moed in de schoenen als ik naar buiten stap gewoon om even naar boven te kijken. Overal licht, een lantaarnpaal direct in mijn achtertuin en vele buren die boven hun deuren en op hun verdiepingen lampen hebben branden. Zeer demotiverend. En nu, mede door corona, zijn er ook bijna geen veldsessies maar ik ga er van uit dat dat voorbij gaat en we weer eens heerlijk onder een prachtige donkere hemel van al die prachtige dingen aan het firmament kunnen genieten!